Woordenlijst
Aanvullen TOT of aanvullen MET
- eigenschap van potjes
- voor leefgeld:
- aanvullen TOT vult het potje aan tot het budget bedrag, op basis van de reserve aan het begin van de periode;
- aanvullen MET vult het potje aan met het budget bedrag, ongeacht de reserve aan het begin van de periode; het biedt daarmee de mogelijkheid geld over periodes heen over te dragen;
- voor vaste lasten/aflossing: worden altijd aangevuld TOT (dus kan niet worden geconfigureerd)
- voor sparen: in 1ste instantie aangevuld MET; als er een doelbedrag is gesteld en het doelbedrag is (bijna) bereikt wordt het aangevuld TOT dat doelbedrag;
Achterstand
- een vaste last of aflossing die betaald had moeten zijn maar dat nog niet is; achterstand wordt overgeheveld naar de volgende periode
Administratiemaatje
- De persoon die de hulpvrager ondersteunt om tot financiële redzaamheid te komen; als het op vrijwillige basis gebeurt, is het synoniem met vrijwilliger
Aflossen
- een vaste last die een schuld vermindert
Betaaldag
- de laatste dag in de maand dat de betaling mag worden gedaan
Betaaldatum
- betaaldag in een periode; als de betaaldag > aantal dagen in de periode maand wordt de laatste dag van de maand de betaaldatum
Betaalmiddelen
- bankrekeningen (zowel spaar- als betaalrekeningen), creditcards, contant geld
Betaalmethode
- het betaalmiddel waarmee een potje kan worden gevuld (inkomen) of van waaruit van een potje kan worden betaald (uitgave); vooral bedoeld om de UI eenvoudiger te maken
Big Five (vaste lasten)
Hieronder een afwijkende versie van de Big Five; kan nog aangepast worden.
- Woonlasten: Huur of hypotheek, inclusief eventuele service‑ of onderhoudskosten voor de woning
- Nuitsvoorzieningen: Gas‑ water- en elektriciteitsrekening (ook wel gas-water-licht of GWL genoemd) en tellen voor 3 van de 5
- Verzekeringen: Opstal‑/inboedelverzekering, wettelijke aansprakelijkheid, zorgverzekering (premie) en eventueel aanvullende verzekeringen
Budget
- eigenschap van elk potje
- voor leefgeld: de begrenzing van de besteding per periode
- voor vaste lasten/aflossing: het bedrag dat wordt afgeschreven, als er wordt afgeschreven; m.a.w.: als er elke 3 maanden € 90 wordt afgeschreven is het budget € 90 ondanks dat er maandelijks maar € 30 opzij wordt gezet; zie ook periodebudget
- voor sparen: het bedrag dat maandelijks opzij wordt gezet; als er een doelbedrag met een doeldatum is gesteld wordt de gebruiker gewaarschuwd als met het budget het doelbedrag op de doeldatum niet wordt gehaald
Budgethorizon
- datum tot wanneer de potjes zouden kunnen worden gevuld, dus altijd ná de toewijzingshorizon en eventueel in een volgende periode
Buffer
- geld waarover de gebruiker beschikt en dat niet is toegewezen aan een (spaar)potje; tevens vormt het een buffer voor onvoorziene uitgaven
Hulpvrager
- de persoon (of personen) met financiële uitdaging die ondersteund worden om tot financiële redzaamheid te komen
Leefgeld
- groep van potjes voor geld dat je kortcyclisch (dagelijks of wekelijks) nodig hebt voor je variabele kosten, bijvoorbeeld boodschappen, brandstop voor de auto of overige dagelkijkse boodschappen.
Periodebudget
- als een vaste lasten - of aflossing potje niet elke maand wordt gebruikt wordt de toewijzing geconverteerd naar een periodebudget, zodanig dat dit het maximum is van:
- het jaarbedrag / 12
- het bedrag zodanig dat er voor de eerstvolgende betaling voldoende is
(benodigd – huidige reserve) / aantal maanden (incl de huidige maand) nog te gaan
Potje
Een potje (ook wel “budgetpotje” genoemd) is een afgebakend bedrag dat je apart zet voor een specifiek doel of uitgave. Het idee is om een overzichtelijk deel te benoemen binnen je totale budget, zodat je gemakkelijk kunt zien hoeveel er nog beschikbaar is voor die bepaalde categorie.
Potjes voor nu
Potjes voor later
- Spaarpotjes, dus potjes om te sparen
Prioriteit
Elk potje heeft een positief geheel getal (1, 2, 3, 4, ...) als toewijzingsprioriteit, waarbij 1 de hoogste prioriteit is; het is aan te raden de Big Five de hoogste prioriteit te geven; bij het toewijzen verdeel je het beschikbare geld (de buffer) in volgorde van prioriteit over de potjes voor nu.
Sparen
- het opzij zetten van een deel van je geld, met als doel het later gebruiken voor toekomstige uitgaven of onverwachte situaties, zodat er een financiële buffer ontstaat.
- als er geen budget gekoppeld is aan het sparen, wordt gespaard 'wat er over is'; dit noemen we vrij sparen;
- Sparen kán een doelbedrag bedrag hebben, zonder dat er een datum aan is gekoppeld; dit doelbedrag is dan een eindbedrag (en dus geen maandbedrag): zodra het doelbedrag is bereikt kan worden gestopt met het verder vullen van het potje: er is voldoende buffer; dit noemen we buffersparen;
- Sparen kán een doel hebben (met een doeldatum en een doelbedrag); dit noemen we doelsparen;
Toewijzen
- het vullen van potjes met geld
- waarover je NU kan beschikken,
- met als doel dat, wanneer je het nodig hebt, je er nog steeds over beschikt
Toewijzingshorizon
- datum tot wanneer de potjes zijn gevuld
- in de app wordt de toewijzingshorizon opgeslagen bij de betalingen die de toewijzingen boeken;
Vaste lasten
- kosten waarvan je weet wanneer ze gaan komen en (binnen grenzen) hoeveel het zal zijn, en die samenhangen met een verplichting die je bent aangegaan
- vaste lasten kunnen eenmalige zijn, of (per 1, 2, 3, 4, 6 of 12 maanden) terugkerende kosten zijn
- vaste lasten hebben een betaaldag: als een vaste last had moeten zijn afgeschreven, en dat nog niet is, ontstaat een achterstand
- vaste lasten kunnen alleen in specifieke maanden worden afgeschreven (bijvoorbeeld GBLT wordt NIET in juni en juli afgeschreven)
- vaste lasten kunnen variëren (bijvoorbeeld een telefoonabonnement)
Vrijwilliger
- De persoon die de hulpvrager op vrijwillige basis ondersteunt om tot financiële redzaamheid te komen